Beleid en ontwikkelingen

Beleid en ontwikkelingen

De voorbereidingen voor een nieuw strategisch plan, waar we in 2009 mee gestart waren, zijn tijdelijk stopgezet vanwege externe ontwikkelingen die medebepalend zijn voor de toekomst van het ZRTI. Daarnaast is prioriteit gegeven aan de ontwikkeling van een Medisch Fysische Staf (MFS), zodat  de inbreng van de MFS in de ontwikkeling van het strategisch plan gewaarborgd zou zijn.

Het ADRZ heeft laten weten haar vestiging in Vlissingen te willen sluiten en er zijn nieuwe radiotherapiecentra geopend in Dordrecht en Breda. Het ministerie van VWS heeft de intentie om in 2012 alle radiotherapiebehandelingen over te hevelen naar het B-segment. Radiotherapie verdwijnt in datzelfde jaar ook uit de WBMV en tot slot hebben we te maken met de kwaliteitseisen die aan radiotherapiecentra worden gesteld, waarbij elk centrum een minimum omvang moet hebben van 4 versnellers en 2000 gewogen behandelingen[1] per jaar.

Met het oog op deze ontwikkelingen zal het ZRTI haar beleid de komende jaren richten op 3 thema's, die sterk met elkaar verbonden zijn:

  1. Vestigingenbeleid
  2. Samenwerking
  3. Behoud van kwaliteit

Om te voldoen aan het volumecriterium voor het aantal behandelingen is productiegroei noodzakelijk. Vanuit de huidige locatie is dit onwaarschijnlijk. Het ZRTI is met een marktaandeel van ruim 80% al marktleider in Zeeland. Hiermee behandelt het ZRTI nagenoeg alle patiënten die niet voor specialistische zorg naar academische instituten verwezen zijn en waarvan de reistijd de maximaal acceptabele norm van 1 uur bedraagt. Het ZRTI heeft daarom een haalbaarheidsstudie uit laten voeren naar de continuïteit en de kwaliteit van de radiothera­peutische zorg in het marktgebied van het ZRTI. Hierbij zijn diverse scenario's uitgewerkt. Daarin wordt duidelijk dat het scenario waarbij het ZRTI alleen in Vlissingen gevestigd blijft, het minst aantrekkelijk is. Enerzijds omdat productiegroei nauwelijks mogelijk is en anderzijds omdat de fysieke verbondenheid met een  ziekenhuis voor complexe zorg niet gewaarborgd is door het mogelijke vertrek van het ADRZ uit Vlissingen.

Fysieke verbondenheid is om diverse redenen noodzakelijk, zowel inhoudelijk als technisch-infrastructureel. Vanwege de onzekerheid met betrekking tot de financiering van de plannen is het jaar van verhuizing van het ADRZ moeilijk in te schatten. In de scenarioanalyses is hier rekening mee gehouden door van verschillende data uit te gaan.

Behalve productiegroei is, voor het behoud van kwaliteit, ook verdergaande samenwerking met één of meer gerenommeerde instituten noodzakelijk. In dit kader hebben in 2010 verkennende gesprekken plaatsgevonden met het Erasmus MC en is een samenwerking gestart met het Van Weel Bethesda Ziekenhuis in Dirksland. Andere maatregelen die het ZRTI kan nemen is intensivering van het IKNL-consulentschap en uitbouwen van de banden met verwijzende specialisten in Bergen op Zoom, Dirksland, Roosendaal en Terneuzen.

De RvB verwacht in 2011, na advies van verschillende geledingen, een besluit te kunnen nemen over het vestigingenbeleid van het ZRTI.


 


 

[1] De verschillende behandelingen worden ingedeeld in zwaartecategorieën die door middel van een weegfactor worden uitgedrukt in T2eq = T2 equivalente teletherapiebehandeling