Acute bijwerkingen
Bestraling heeft alleen uitwerking op de plaats waar het wordt toegediend. Bijwerkingen van de bestraling treden dan ook alleen op in het bestraalde gebied.
Wanneer uw endeldarm bestraald wordt, kunnen gedurende de behandeling uw darmen en blaas geïrriteerd raken. Dit kan leiden tot darmkrampen en mogelijk diarreeklachten. Bij irritatie van de blaas merkt u dat u vaker kleine hoeveelheden moet plassen mogelijk gepaard gaand met een branderig gevoel. Ook kan er een algemeen gevoel van malaise optreden, waarbij u zich misschien wat misselijk voelt.
Ook kan gedurende de behandeling uw huid, met name tussen de bilspleet, geïrriteerd raken. Dit uit zich in een rood wordende huid. Deze roodheid gaat gepaard met jeuk en een licht branderig gevoel. In een later stadium kan de huid ook nog gaan schilferen. De bijwerkingen treden pas op als u een aantal keer bestraald bent. Ze herstellen over het algemeen binnen enkele weken na afloop van de behandeling. Ook heeft de ene persoon meer last van bijwerkingen dan de andere. Informeer uw arts of de medewerkers op het bestralingstoestel als deze klachten optreden, zij zullen u advies geven hoe hier mee om te gaan. Hier volgen enkele tips om uw huid te ontzien tijdens de behandeling:
- Poeder het bestraalde gebied twee maal per dag met babypoeder om uw huid droog te houden.
- Gebruik tijdens het douchen geen zeep op het bestraalde gebied.
- Zorg er voor dat u het bestraalde gebied dept en niet schrobt.
- Vermijd stugge en schurende kledingstukken.
- Probeer niet te krabben als de bestraalde huid jeukt.
- Gebruik zacht toiletpapier
- Vermijd direct zonlicht op het bestraalde gebied.
- Maak geen gebruik van een zonnebank.
- Ga niet zwemmen in zout- of chloorhoudend water.
Pas deze regels toe tot en met twee weken na de laatste bestraling. Vermijd tot tenminste een jaar na de behandeling direct zonlicht op het bestraalde gebied.
Een algemene vaak voorkomende bijwerking van bestraling is vermoeidheid. Deze vermoeidheid kan veroorzaakt worden door de ziekte zelf, maar kan ook andere oorzaken hebben.
Informatie over eventueel blijvende gevolgen van de bestraling krijgt u van uw radiotherapeut-oncoloog tijdens het eerste consult.

