Radiotherapie

Straling, zoals die in de radiotherapie wordt gebruikt, remt het delingsproces van de sneldelende cellen waaruit een tumor bestaat. Radiotherapie is een plaatselijke behandeling en heeft daarom alleen effect in het gebied dat door de stralenbundel wordt bereikt. Toch ondervinden de omliggende gezonde organen ook invloed van de straling. De straling heeft echter de meeste invloed op de kankercellen, omdat deze gevoeliger zijn voor straling dan gezond weefsel. Bovendien kan gezond weefsel beter herstellen van de bestraling dan tumorweefsel. Ook gezonde organen, zoals beenmerg, huid en darmen bevatten sneldelende cellen. Deze organen zijn gevoeliger voor straling en geven dus ook meer bijwerkingen.

De bestraling kan nauwkeurig op iedere plaats in het lichaam worden gericht. Om het kwaadaardige gezwel goed te behandelen en de gezonde weefsels zo min mogelijk te belasten, wordt een persoonlijk bestralingsplan gemaakt. Het bestralingsplan heeft als doel om een maximaal resultaat met een minimum aan bijwerkingen te verkrijgen. Geen twee personen zijn gelijk, dus ook de behandelingen zijn verschillend. In het plan wordt nauwkeurig berekend hoe u het beste bestraald kunt worden. Deze gegevens worden in de computer vastgelegd. Het aantal bestralingen per behandeling kan variëren tussen de 1 en 39 keer. Ook het aantal keren per week dat de bestraling plaatsvindt kan verschillen.                                         

Na de bestraling blijft er geen straling in het lichaam achter, u wordt dus niet radioactief. Er komt ook geen straling vrij in zweet, urine, ontlasting of sperma.

Wilt u meer lezen over een specifieke behandeling van een tumorsoort? Lees dan verder onder bestralingsbehandeling.