Harun is klinisch fysisch medewerker bij het ZRTI
Vorig jaar nam het ZRTI in Roosendaal een nieuw lineair bestralingstoestel in gebruik. Wat ging daaraan vooraf? En wat is er anders dan bij het vorige toestel? Klinisch fysisch medewerker Harun Coskan legt het uit.
‘Als klinisch fysisch medewerkers zorgen wij dat medische apparatuur die met straling werkt, steeds veilig, nauwkeurig en betrouwbaar functioneert. Zodat elke patiënt exact de voorgeschreven dosis straling krijgt’, legt Harun uit. ‘Met de juiste hoeveelheid, in de juiste vorm en elke dag opnieuw.’
Van installatie tot behandeling
En dat komt nauw, vertelt Harun. ‘Een kleine afwijking in de machine kan al gevolgen hebben voor de nauwkeurigheid van de bestraling. Een nieuw toestel is dus niet direct klaar voor gebruik. Het is vervoerd, geplaatst en gemonteerd. Dan kan er altijd iets minimaal verschoven zijn. Daarom controleren we de eerste twee tot drie maanden alles tot in detail.’
Alles moet kloppen
Ook het nieuwe toestel doorliep dat traject. ‘We hebben alle bundelparameters doorgemeten. De bundel is de gerichte stralingsstraal waarmee we de tumor behandelen. Die moet precies de juiste vorm, grootte en energie hebben. Als we bijvoorbeeld een veld van 2 bij 2 centimeter instellen, dan moet die bundel ook exact zo uit het toestel komen. We controleerden ook afstanden, instellingen en patiëntplannen. Pas toen alles klopte en we goede feeling hadden met het toestel, gingen we kijken naar de patiëntbehandelingen.’
Doen wat het moet doen
Elke patiënt krijgt namelijk een eigen berekening. ‘Op basis van een CT-scan wordt bepaald waar de tumor zit en welke dosis nodig is. Die berekening controleren we met metingen in een speciaal testmodel: een fantoom. Dat is een meetlichaam dat het menselijk lichaam nabootst. We vergeleken de berekende dosis met wat we daadwerkelijk meten. Toen ook die bij de nieuwe TrueBeam overeenkwam, wisten we zeker dat het toestel precies doet wat het moet doen.’
Wat is er nieuw?
Harun is blij met de nieuwe TrueBeam, die de naam Robijn heeft gekregen. ‘Net als de vorige generatie toestellen kan de Robijn-bundel gemoduleerd bestralen. Dat wil zeggen dat de bundel continu wordt aangepast terwijl het toestel om de patiënt draait. Daardoor kunnen we de tumor nog gerichter behandelen en gezond weefsel beter sparen. Wat de Robijn speciaal maakt, is het HyperSight-paneel dat erop zit. Hiermee kunnen we meer informatie uit een scan halen, omdat de beeldkwaliteit hoger is en het paneel een groter oppervlak heeft. De Robijn ‘ziet’ dus meer in dezelfde scan. Met het HyperSight-paneel en de bijbehorende software kunnen we ook Metal Artifact Reduction toepassen. Dit is een techniek waarmee storende effecten van metaal worden verminderd. Daardoor krijgen we bij patiënten met bijvoorbeeld een prothese een betrouwbaarder beeld.’
Voortdurend controle en onderhoud
Wie denkt dat het werk van Harun en zijn collega’s klaar is na de installatie, heeft het mis. Een bestralingstoestel vraagt voortdurend controle en onderhoud. ‘Straling heeft invloed op elektronica. Dus als een toestel ouder wordt, kan er stralingsschade optreden in onderdelen. Daarom blijven we meten, controleren en bijstellen. Soms is een storing binnen een kwartier opgelost. Soms kost het twee dagen om precies te achterhalen wat er speelt. En als het een onderdeel betreft dat invloed heeft op de bundel, dan moeten we opnieuw uitgebreid testen voordat we weer behandelen.”
Blijven leren in het belang van de patiënt
Dat maakt het werk technisch uitdagend. ‘Je hebt er echt een natuurkundige achtergrond voor nodig. Het versnellen van elektronen, het ontstaan van de bundel, de interactie van straling met materialen: dat blijft een fascinerend proces. Bovendien blijft de techniek zich ontwikkelen. Een bestralingstoestel gaat bijvoorbeeld maar zo’n tien jaar mee. Het vak staat nooit stil en we blijven leren. Zodat we samen blijven zorgen voor veilige en effectieve behandelingen.’